Home
BOOR i-Magazine
Scholen
Intranet
HOME
EDITIES
RUBRIEKEN
ARTIKELEN



Leerlingen Thorbecke spelen kwaliteitenspel

'Je bevordert niet alleen de groepsvorming, je creëert ook een positief klimaat'

17 december 2014  |  tekst: Leonie de Bruin  |  fotografie: Paul Kamps

Bij BOOR gebeurt meer! Dat blijkt wel uit de vele nieuwe ideeën die in de organisatie leven om het onderwijs én de organisatie te verbeteren. Steeds met als uitgangspunt ‘Het kind voorop’ bedenken medewerkers hoe het anders en beter kan. Resultaatgerichter, efficiënter, maar ook kindvriendelijker en slimmer. Thorbecke Voortgezet Onderwijs in Nieuwerkerk aan de IJssel doet een pilot met het kwaliteitenspel om de groepsvorming in de eerste klassen te bevorderen.

 

Druk? Nee, blij en enthousiast!

Havo/vwo-klas 1A van het Thorbecke is dit schooljaar als eerste gestart met het kwaliteitenspel. De leerlingen hebben net de tweede ronde achter de rug waarbij we aanwezig mochten zijn. Het is mooi om te zien hoe ze leren positief naar zichzelf en naar de anderen te kijken. Zelfbewustzijn, openheid en empathie, het moet allemaal bijdragen tot een positief klimaat in de klas, minder pestgedrag en uiteindelijk zelfs betere schoolprestaties.

 

Wat is een belangrijke kwaliteit van jezelf? Ben je dromerig, creatief, betrouwbaar, sociaal of bescheiden? Wat zeggen je ouders of je vrienden wel eens van jou? Mentor Ansar Razik en trainer Margreet Friele van Scoor geven de leerlingen tijdens de mentorles de opdracht een kaart van de tafel te pakken met een woord waarin zij zich herkennen. De een pakt direct ‘creatief’, de ander draalt en weet er niet zo goed raad mee. ‘Mevrouw, er ligt geen kaartje met “druk” erop. Wat moet ik dan pakken?’ Friele raadt het meisje aan eens te kijken naar ‘blij’  of ‘enthousiast’.  Soms moeten de leerlingen zichzelf wat nader omschrijven voordat ze het juiste woord vinden. ‘Ik denk wel positief over dingen. Ben ik dan optimistisch?’ ‘Ik deel makkelijk snoepjes uit. Is dat gul?’ De snelle kiezers kunnen meestal goed onder woorden brengen waarom ze het kaartje kozen. ‘Ik ben sportief, want ik voetbal elke dag en als ik verloren heb kan ik goed tegen mijn verlies.’ ‘Mijn ouders zeggen dat ik sociaal ben, misschien klopt dat wel, omdat ik veel praat. Ik durf ook te praten.’ ‘Ik ben betrouwbaar, mensen vertellen mij vaak hun geheimen omdat ze mij kunnen vertrouwen.’ ‘Ik heb het kaartje met “gezellig” erop. Mijn vriendinnen zeggen dat als ik erbij ben het altijd gezellig is.’

 

Positief klimaat

Thorbecke koos voor het kwaliteitenspel om hiermee de groepsvorming in het eerste jaar zo optimaal mogelijk te laten verlopen. De kinderen hebben in de eerste klas nog geen band, geen gemeenschappelijke waarden en geen geschiedenis. Zorgcoördinator Betty Franx is verantwoordelijk voor de invoering: ‘Ze gaan wel op kamp om elkaar te leren kennen, maar we willen nog een stap verder gaan. Met het kwaliteitenspel bevorder je niet alleen de groepsvorming, je creëert ook een positief klimaat. Een van de uitgangspunten van Thorbecke is dat onze leerlingen zich hier gekend en gewaardeerd voelen. We hopen dat deze aanpak daar een bijdrage aan levert.’ Margreet Friele voegt eraan toe: ‘Wij werken bij Scoor al langer met dit spel. Onze ervaring is dat kinderen door het benoemen van de kwaliteiten van zichzelf en van de ander meer zelfvertrouwen krijgen. Vertrouwen hebben in je eigen mogelijkheden is een belangrijke voorwaarde voor leren. Ook ben je inde klas met de héle groep bezig met preventie. Door te werken aan sociale gevoeligheid kun je problemen op het gebied van gedrag en sociale ontwikkeling voorkomen.

 

Goede voorbereiding

De school pakt de pilot gedegen aan. Na een presentatie over het spel aan het voltallige team en een brief aan de ouders, startte de eerste groep vlak na de herfstvakantie van dit schooljaar. Mentor van 1A Ansar Razik wilde graag aan het project meewerken. ‘Ik vind het een heel goed initiatief. Je leert de kinderen tijdens het introductiekamp al beter kennen en dan is het mooi om nog een stap verder met ze te gaan. Ook de gestructureerde aanpak spreekt me aan. Voordat we het spel gingen spelen, hebben Margreet Friele en ik eerst een blauwdruk gemaakt van de groep. Ik werd gevraagd van elke leerling de positieve punten te benoemen en aan te geven hoe ze zich in de klas gedragen. Daarna volgde een observatie van mijn mentorles om te kijken naar de positieve acties en reacties van de leerlingen en mij. Pas na deze voorbereiding zijn we gestart met het spel tijdens de mentorles.’ Razik en Friele traden op als begeleiders, zorgcoördinator Betty Franx en begeleider passend onderwijs Marieke Kouwenhoven observeerden. Na elk spel volgt een evaluatiegesprek tussen mentor, begeleider en observanten om de opvallende zaken die naar voren komen te bespreken. Friele: ‘Mijn ervaring is dat er zich altijd wel iets voordoet waar je met elkaar over in gesprek gaat. Bijvoorbeeld leerlingen die teveel of te weinig aandacht vragen of het moeilijk vinden om te kiezen. Er kunnen natuurlijk ook kinderen bij zitten die je extra in de gaten houdt.’ Alle leerlingen vullen een evaluatieformulier in. Franx: ‘Het is belangrijk voor ons om te weten hoe ze het hebben ervaren. Het is niet voor iedereen even makkelijk om in de les zelf aan te geven hoe ze het vinden. Sommige kinderen vinden het ook lastig om over zichzelf en over anderen te praten.’ Omdat het de eerste groep is, wordt ook de werkwijze geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Franx: ‘We kijken goed hoe we het straks met alle klassen in de praktijk willen uitvoeren. Dan moet de mentoren het alleen doen met één observant. We hebben gemerkt dat een groep van 28 kinderen best groot is om in 45 minuten iedereen aan het woord te laten. Misschien moeten we de groepen splitsen.’

 

Openheid

Voor mentor Razik is het spel een goed hulpmiddel om open met elkaar te praten. ‘Het mooie is dat alle kinderen evenveel aandacht krijgen om iets te vertellen. Ze moeten ook goed naar elkaar luisteren. Soms is het heel verrassend wat eruit komt. Bijvoorbeeld kinderen die minder verlegen waren dan ik dacht. Omdat ze de ruimte krijgen om iets over zichzelf te vertellen, blijkt dat ze dat heel goed kunnen. Ik vind ook het verschil tussen de kinderen opvallend groot. De een weet precies wat hij doet of is en kan dat goed onder woorden brengen, de ander moet daar eerst over nadenken of weet het gewoon nog niet. Maar, zo maken we steeds duidelijk, dat maakt niet uit. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten.’ Ze wil graag verder met het spel en heeft er ook al ideeën over. ‘De kinderen moeten dit jaar een toekomstposter maken waarop ze aangeven waar ze over drie jaar willen zijn en wat ze later willen worden of bereiken. Ik wil ze vragen hoe ze hun kwaliteiten kunnen inzetten om hun doelen te bereiken. Als je weet wat je wilt en kunt, ben je ook gemotiveerder om te leren op school.’ Begeleider passend onderwijs Marieke Kouwenhoven beaamt dit: ‘Ik denk echt dat als je lekkerder in je vel zit, je beter kunt leren. En we hopen dat als een kind gepest wordt, het kind zelf, maar ook de anderen zich daar eerder over durven uitspreken en naar de mentor toegaan. Openheid en vertrouwen zijn daarbij belangrijke factoren.’

 

Er volgt in mei nog een derde spelronde en een evaluatie. In de eindrapportage worden de handelingsadviezen en aandachtspunten beschreven. Naar aanleiding daarvan besluit Thorbecke of de mentoren het spel volgend schooljaar in alle eerste klassen gaan spelen.

 

Er zijn twee kwaliteitenspellen: het Kinderkwaliteitenspel voor kinderen t/m 13 jaar en Ken je kwaliteiten! voor oudere kinderen. Beide zijn ontwikkeld door CPS, Onderwijsontwikkeling en advies met als doel leerlingen bewust(er) maken van hun eigen kwaliteiten en op die manier bij te dragen aan een positief zelfbeeld. De spellen bestaan uit een handleiding en een aantal kaartjes. Op elk kaartje staat een tekening en een woord, zoals dromerig, slim of eerlijk. De kaartjes kunnen zowel op individueel niveau, in kleine groepjes als klassikaal gebruikt worden. Uitgangspunt voor een gesprek is steeds het woord op een kaartje, waarbij de leraar, mentor, interne begeleider of zorgcoördinator concrete vragen stelt. SCOOR onderwijsadvies en -ondersteuning, onderdeel van BOOR, zet het spel in bij scholen als onderdeel van een arrangement.

 

Meer informatie: SCOOR, Margreet Friele, m.friele@scoor.org.

REACTIES LEERLINGEN THORBECKE SPELEN KWALITEITENSPEL

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

PLAATS EEN REACTIE




Plaatsen