Home
BOOR i-Magazine
Scholen
Intranet
HOME
EDITIES
RUBRIEKEN
ARTIKELEN



“Lesgeven is iets waar ik hard voor moet werken”

Twee bovenschools directeuren gaan terug voor de klas

01 december 2017  |  tekst: Dorieke Hammink

Er hangt een dreigende wolk boven het onderwijs: er nadert een tekort aan leerkrachten. Een tekort dat volgens het ministerie van Onderwijs kan oplopen tot een aantal van 10.000 in 2025. De gevolgen zijn nu al merkbaar in het basisonderwijs. Jan Veenker, bovenschools directeur bij BOOR: “We zien het op dit moment vooral aan het beperkte aantal invallers dat beschikbaar is. In reguliere schoolweken gaat het goed, maar als een school te maken krijgt met een griepgolf en veel invallers nodig heeft is er echt een probleem.” De bovenschools directeuren van BOOR, vijf in totaal, tonen hun solidariteit met de scholen door zich in zulke periodes een dag beschikbaar te stellen als invaller of ondersteuning voor de directie. Voor sommigen is het al jaren geleden dat zij voor de klas stonden. Jan lacht: “Ik ga het doen, maar ik heb het zweet al op mijn rug staan als ik er aan dénk!”

 

Contact met kinderen

Jan Veenker (43) en Hans Lesterhuis (62) zijn bovenschools directeur bij BOOR. Zij geven ieder leiding aan een scholengroep van zo’n 15 basisscholen. Ik spreek hen twee dagen voordat zij hun eerste invalopdracht gaan uitvoeren. Hoe bereiden zij zich voor? Hans: “Ik ga eerst een halve dag naar de school, om me in te lezen en mijn gezicht te laten zien in de klas. Het gaat bij deze klus bovendien om een school voor speciaal basisonderwijs, dat vraagt nog wat extra voorbereiding.” Jan gaat ook een halve dag naar de school ter voorbereiding. “Het kost mij natuurlijk meer tijd dan een invaller, omdat ik er minder goed in zit. Maar ook een invaller heeft voorbereidingstijd nodig. Invalwerk is méér dan een dagje oppassen.” 

Ze kijken er allebei naar uit om weer voor de klas te staan. Jan: “In de baan die ik nu heb kom ik weliswaar veel op scholen, maar heb ik toch echt minder contact met kinderen. En uiteindelijk zijn zij wel waar we het allemaal voor doen, en waarom ik nog steeds in het onderwijs werk. Ik vind het leuk om weer een dagje met de kinderen op te trekken.” Hans sluit zich hier volmondig bij aan. “Het geeft enorm veel plezier om te kijken naar wat een kind nodig heeft en dat te kunnen bieden. De dankbare blik van een kind is voor mij onbetaalbaar.”

 

 
"Iedere leerkracht heeft recht op een inspirator in zijn eigen omgeving"

 

 

Bevlogenheid

Wat maakt iemand volgens de bovenschools directeuren een goede leerkracht? Jan: “Voor mij is lesgeven iets waar ik hard voor moet werken. Ik zie ook leerkrachten bij wie het vanzelf lijkt te gaan. Ze hebben een goede band met leerlingen, blijven rustig ondanks alle verwachtingen van buitenaf. Daar kijk ik met bewondering naar.” “Dat soort leerkrachten, daar hebben we er een boel van” vult Hans aan. “Maar ze worden nog te weinig op een schild gehesen. Het werk lijkt hen makkelijk af te gaan, maar vergis je niet: ze denken er goed bij na. Het verschil zit hem in bevlogenheid. Bevlogenheid leer je niet op de pabo en ontwikkel je niet zo makkelijk want daar zijn geen lessen voor.” 

Jan en Hans begonnen zelf hun loopbaan ook voor de klas. “Het ging mij niet meteen gemakkelijk af” vertelt Jan. “Ik had wel de pabo gedaan, maar ik had niet van nature de drive, ik deed mijn werk vooral om geld te verdienen. Over mijzelf kan ik wel zeggen: ik was de slechtste leerkracht ooit. Dat veranderde toen een collega mij op sleeptouw nam. Die heeft mij echt het vak geleerd en zo ben ik ervan gaan houden.” Zijn verhaal roept de vraag op hoeveel mensen dat momentum niet krijgen, of juist hetzelfde hebben meegemaakt. Hans: “Iedere leerkracht heeft recht op een inspirator in zijn eigen omgeving. Maar dan moeten die mensen er wel zijn. Méér handen in de klas is hard nodig.”

 

Pal achter speerpunten PO in Actie

Voor bevlogenheid is ruimte nodig, aldus de mannen. Ze staan dan ook pal achter de speerpunten van PO in Actie, waarin leraren uit het basisonderwijs zich hebben verenigd om actie te voeren voor een hoger salaris en minder werkdruk in het basisonderwijs. “Mensen moeten de ruimte krijgen om hun vak op een fatsoenlijke manier uit te oefenen. Dat gaat over salaris én over werkomstandigheden.” Volgens Jan en Hans is het onderwijs is in de loop der jaren steeds verder uitgehold doordat de financiële kaders en de administratieve verplichtingen een te strak keurslijf vormen. “Schooldirecteuren hebben soms simpelweg geen ruimte om talenten in hun school mogelijkheden te bieden. Zie dan die bevlogen leraar, die uitgedaagd wil worden en vanuit eigen inspiratie onderwijs en ontwikkeling in wil richten, maar eens van de juiste tools te voorzien.”
Het schoolbestuur kan een positieve bijdrage leveren. Binnen een bestuur als BOOR, waaronder bijna 70 basisscholen vallen, kunnen directeuren meer samenwerken, meer van elkaar leren en ondernemerschap tonen. Dat gebeurt in professionele leergemeenschappen. “Maar ook hier moeten we eerlijk zijn: als je je door allerlei druk van buitenaf opgejaagd voelt, en wij zeggen ‘ga maar samen leren’, dan werkt dat niet. Je moet mensen kunnen faciliteren om binnen werktijd bij elkaar te kijken, cursussen te volgen, elkaar te inspireren. Daar is nu geen geld voor, en daar moet de overheid voor zorgen.”

 

 

“Daar ging ergens een knopje zelfvertrouwen aan, dat was prachtig”

 

Geen echte oplossing

Door in de komende periode een dag invalwerk te doen op de scholen hopen Hans en Jan te ervaren hoe het werk op dit moment is. Het echte probleem lossen zij er niet mee op, daar zijn ze zich van bewust. “Wij hebben ook geen blik invallers dat we kunnen opentrekken zodra er een griepgolf uitbreekt. We hopen dat deze actie in ieder geval laat zien dat we bereid zijn om mee te denken met de directeur, de invallers en het team. En dat we het probleem onderkennen” aldus Hans. Jan vult aan: “Het invallen gaat ons ook helpen om gevoel te houden bij hoe het werk van leraar echt is. En ondanks het wat sombere, donkere beeld dat we zojuist schetsten, zie ik nog steeds veel geïnspireerde mensen in onze scholen. Die hoop ik als invalmeester straks tegen te komen.”

Terwijl we afronden raken de twee mannen aan de praat over leerlingen die ze vroeger in de klas gehad hebben. Over het jonge asielzoekersmeisje, dat haar meester later een brief stuurde om te vertellen over haar nieuwe school. “Dat was voor mij het eerste moment waarop ik besefte dat mijn werk ertoe doet.” Over de jongen uit groep 8 die zijn meester PowerPoint leerde gebruiken. Over het meisje dat in groep 7 nog de stilste leerling van de groep was en in groep 8 de leider van de hele club. “Daar ging ergens een knopje zelfvertrouwen aan, dat was prachtig.” Of over de zoon van een bekende Nederlander, die niet zo makkelijk kon leren als zijn ouders wilden maar wel vol levensvreugde zat. “Ik gaf hem na schooltijd wat extra uitleg en voorbereiding op de volgende schooldag, zodat hij zonder angst de school kon binnengaan. Elke dag kwam hij met een grote glimlach de school in, dat zal ik nooit vergeten.” Het vuurtje wordt weer volop aangewakkerd, deze mannen zijn klaar voor hun dag voor de klas.

REACTIES €LESGEVEN IS IETS WAAR IK HARD VOOR MOET WERKEN€

Andra
06 december 2017
Je zou toch denken dat het de normaalste zaak van de wereld is dat een schooldirecteur hart voor de zaak heeft en inspringt!!!?
Dorieke
06 december 2017
Zeker, maar Jan en Hans zijn geen schooldirecteuren. Zij zijn bovenschools directeuren, die ieder leiding geven aan ongeveer 15 basisscholen. Elke basisschool heeft een eigen schooldirecteur.

PLAATS EEN REACTIE




Plaatsen