Home
BOOR i-Magazine
Scholen
Intranet
HOME
EDITIES
RUBRIEKEN
ARTIKELEN



“Hier komen we weer aan leren toe.”

28 juni 2018  |  tekst: Karin Koolen  |  fotografie: Jantine Muilwijk

Stichting BOOR bestaat tien jaar! Daarom staat er heel 2018 een leerling van 10 op de cover. Deze editie zijn het er zelfs twee. Abel en Roberto van De Piloot in Ommoord hebben meer gemeen dan enkel hun leeftijd: beiden jongens ervoeren problemen op de reguliere basisschool waar ze vandaan komen. Op De Piloot komen ze weer aan leren toe.

 

Een gewone schooldag op De Piloot, een cluster 4 basisschool in Ommoord. Het is iets voor half negen, de zon schijnt al flauw door de bomen en kondigt een zomerse dag aan. Op de Nieuwe Ommoordseweg staan enkele schooltaxi’s tussen de auto’s van ouders die hun kind afzetten. Er wordt gedag gekust, nog snel gecontroleerd of lunchpakketjes van huis zijn meegenomen. Op het plein wemelt het ondertussen van kinderen die zich een weg naar binnen banen. Binnen staan drie juffen klaar om de kinderen te begroeten en zich ervan te verzekeren dat iedereen direct naar de klas gaat. “Vandaag gym hè?”, roept één van hen naar een jongetje van een jaar of acht. Een halve minuut geleden struikelde hij. Voor een moment was hij, toen niemand hem leek op te merken, gaan schreeuwen, maar een hoofdknikje van de juf was genoeg om hem op te laten staan en de grijns terug op zijn gezicht te toveren. Hij huppelt voorbij: “Straks lekker gymmen!”

 

Skittles

Wij zijn hier vandaag voor onze afspraken met Abel en Roberto. De jongens zijn allebei 10, komen uit verschillende groepen en zitten nog niet zo lang op De Piloot.
Abel staat al te wachten. Hij zit hier sinds begin van het schooljaar. Hij geeft een ietwat timide handje, kijkt voor een moment de kat uit de boom, maar het ijs is al snel gebroken en een gezellige kletskous komt bovendrijven. Hij is dit jaar tien geworden, vertelt hij trots, dus ‘voor het interview zitten we bij hem helemaal goed.’ Voor zijn verjaardag kreeg hij geld - zodra hij weet welke games hij daarvoor wil kopen, gaat hij met zijn moeder naar de winkel. Hij kreeg ook een doos vol met skittles - die waren in twee dagen op. En hij kreeg veel, véél, bezoek!
Als we in één van de spreekkamers zitten steekt hij maar meteen van wal. “ADHD”, doet hij zijn ‘diagnose’ uit de doeken. “Dat merk je ook aan mij, helemaal als ik mijn pillen vergeet, maar die neem ik nu trouw elke ochtend en middag. Ik ben altijd druk, mij krijg je niet rustig. Zelfs als ik slaap rol ik rond. Ik werd eens wakker met mijn hoofd naast mijn bed en mijn voeten op het kussen.” Hij staat even op van zijn stoel om de pose te demonstreren. Pas als hij zich ervan verzekerd heeft dat we het snappen, neemt hij weer plaats.

 

Op de ‘normale’ school - zoals Abel het noemt - ging het niet goed. “Daar zaten we met 32 kinderen in de klas, ik werd totaal overprikkeld en afgeleid, zo druk was het. Ik liep heel vaak weg om aan de prikkels te ontsnappen. Dan klom ik over het hek - die was zo hoog als de trapleuning hier. Meestal liep ik naar opa en oma die tegenover de school woonden, of ik ging naar huis. Ik werd altijd teruggestuurd.” Hij lacht even bij de herinneringen, een glimp van trots breekt door op zijn gezicht. “Soms zat ik gewoon ergens in het gebouw, niet eens verstopt - dan zag niemand me zitten. Mijn broer zat in een hogere klas en kwam weleens stiekem onder mijn tafel zitten. Je kon er de hele dag rondlopen, altijd lawaai…”
Abel wiebelt op zijn stoel en legt zijn handen op zijn oren om het lawaaierige karakter van zijn vorige school in beeld te brengen.

 

Strenge meester

Hij heeft een tijdje thuis gezeten. De overstap naar De Piloot was even spannend, maar Abel vond snel zijn draai. “Vooral door het voetballen, na een week had ik al twee vrienden. Na mij kwamen er nog twee nieuwe kinderen in de klas trouwens - ik ben niet de nieuwste in de klas.”
Hoe gaat het nu met Abel? “Beter”, zegt hij. Op de vraag wat hij nodig heeft, antwoordt hij stellig: “Een rustige klas, weinig kinderen en een beetje strenge meester. Ik ben nu ook stiller. Vroeger praatte ik de hele tijd, de héle tijd! Zelfs als alle kinderen stil waren, was ik nog aan het ratelen. Dan kwam ik thuis en was ik thuis moe van het praten.”
Hij had destijds een kort lontje, vertelde hij. Met twee oudere broers (12, 14) in huis wordt er weleens wat gezegd aan de eettafel. “Als iemand iets tegen me zei was ik meteen beledigd. Dan sprong ik woedend van tafel. Later begreep ik dat dat kwam omdat ik overbelast was. Nu heb ik dat heel soms nog tijdens voetballen, maar alleen als de juf de regels niet goed hanteert. Daar kan ik niet tegen.”

 

“Abel is heel slim en haalt heel goede cijfers”, benadrukt meester Vincent Kornaat later. “Ik denk dat hij echt tot ontwikkeling komt in onze schoolsetting. Hij kon zich in het begin nog wel eens terugtrekken, of volledig blokkeren, maar dat zien we haast nooit meer. Hij zit zichtbaar lekker in zijn vel en heeft nu ook veel leuke contacten met klasgenootjes.” Daar doet meester Vincent het voor: “Zorgen dat kinderen, waarbij het mislukt op de reguliere basisschool, het weer naar hun zin krijgen op school, dat ze zichzelf kunnen zijn en gezien en gehoord worden. Dat hun zelfvertrouwen weer terugkomt en dat ze - op allerlei gebieden - tot leren komen. Het geeft heel veel voldoening als je ziet dat het lukt. Ik vind Abel daar een heel mooi voorbeeld van!”

 

Drie games

We brengen het gesprek terug op gamen. Soms speelt Abel er wel drie tegelijk: op de Switch speelt hij Zelda, op de computer twee Idle games tegelijk. “Daar ga ik helemaal in op, dan leidt niets of niemand me af. Ik zet dan het volume van de spellen hoog en daaroverheen draai ik nog harde muziek. Mijn broer Olaf bonst dan heel hard op de muur, om mij te zieken, want hij wil altijd dat ik boos word en straf krijg.” Hij lacht weer: “Dat onthoud ik, en als we dan ’s zomers op de camping zijn, schiet ik propjes naar hem toe; voor elke bons krijgt hij er vijf. Ik houd de stand bij.” Olaf weet van niets, verzekert de jongere broer.

 

Judo

Wat Abel later wil worden, weet hij nog niet. Zijn medeleerling Roberto, eveneens tien jaar oud, kan die vraag al wel beantwoorden. Als we Abel terug naar de klas hebben gebracht, halen we in het naastgelegen lokaal zijn leeftijdsgenoot op. Een rustige jongen die ons aandachtig opneemt en in mooie volzinnen praat.
“Iets in de techniek”, vertelt hij. Hij houdt van handarbeid. Met zijn stiefvader maakt Roberto complexe knutselwerken; zijn surprise afgelopen Sinterklaas was zo mooi dat de kinderen niet geloofden dat hij het had gemaakt. Zijn favoriete vakken zijn rekenen en - het zal niemand verbazen - handvaardigheid. “Schrijven vind ik het minst leuk. Stom ook - alles is toch digitaal. Daar draait de toekomst toch om?”

 

Roberto kwam halverwege groep vijf naar De Piloot. Eerst zat hij op een reguliere basisschool in Ridderkerk; na de scheiding van zijn moeder verhuisde hij mee naar Lekkerkerk en vond daar een andere basisschool. “Daar konden ze me niet houden”, vertelt hij. Als we doorvragen over het waarom schudt hij zijn hoofd: daar wil hij liever niet over praten.
Waar hij wel graag over praat zijn zijn hobby’s. Judo en scouting. Judo is uitgevonden door Jigoro Kano, weet hij te vertellen. “Hij heette eigenlijk Jerosaku - in het Chinees betekent dat ‘zachte weg’. Omdat hij gepest werd, begon hij met jiujitsu. Hij heeft alle gevaarlijke dingen eruit gehaald, zoals wurgklemmen, en toen bleef er judo over.” Roberto haalt even zijn schouders op na zijn uitvoerige uitleg. Hij kan er ook niets aan doen dat hij dat allemaal weet, lijkt hij te willen zeggen. “En ik doe dus ook scouting, maar daar heb ik niks over te vertellen.”

 

Meestal is Roberto bij zijn moeder en dan komt hij met de taxi naar school. Zijn ouders zijn al lang gescheiden, maar soms baalt hij er nog steeds van. Zoals die keer dat er een grote garageverkoop met lego was, toen hij nét dat weekend bij zijn vader was.”

 

Uitdaging

Hoe vindt hij het op school? “Goed. De dingen zijn heel duidelijk voor me, de juffen zijn aardig…”, somt Roberto op. “Hoewel, laatst kreeg ik drie waarschuwingen - 1 2 3 deed de juf op haar vingers en na 3 kreeg ik straf. Ik had alleen geen idee wat 1 2 3 was. Daar houden ze nu rekening mee.”

Later zal juf Annelice van Doodewaard een toelichting geven: “De oude basisschool kon Roberto niet meer in zijn onderwijsbehoeften voorzien”, legt ze uit. “Hij vertoonde destijds druk, brutaal en grensoverschrijdend gedrag. Hier bieden wij hem structuur en krijgt hij een aanpak waarmee hij goed functioneert in de groep en bovendien zijn talenten kan ontwikkelen. Persoonlijke aandacht helpt hem om zich verder te ontwikkelen op sociaal-emotioneel gebied.”

 

Op de vraag wat hij nodig heeft, kan Roberto kort zijn: “Ik heb helemaal niks nodig. Ja… Uitdaging!” De Piloot bereidt Roberto voor om straks naar een reguliere middelbare school te gaan. “Ik werk nu samen met iemand uit andere groep, hij wil ook naar een reguliere school. Samen hebben we een geheime taal gemaakt, dat was een opdracht. En we moesten een opdracht met stroom doen. Ik koos voor het maken van een magnetisch veld.”

 

Nooit opgeven. Dat is Roberto’s motto. “Brutalen, of eigenlijk ‘onbeleefden’, hebben de halve wereld”, zegt mijn moeder altijd.” Zo hangt er nu een poster in zijn slaapkamer waarvan een winkelier op het punt had gestaan hem weg te gooien. “Ik ben gewoon gaan vragen of ik die mocht hebben. Als ik iets wil, dan geef ik nooit op. Dat staat in mijn woordenboek: doorzetten. Dat doe ik ook met Pokémonkaarten; in begin had ik er één, die ruilde ik op het schoolplein voor twee en nu heb ik een hele stapel.”

 

Lego

In de klas heeft Roberto het naar zijn zin, hoewel er ook weleens rotzooi getrapt kan worden. Daar doet hij niet aan mee, verzekert hij. “Ik kan ook weleens boos worden. Als een legostukje bijvoorbeeld niet past als een bouwwerk bijna af is. Niet dat ik ga slaan, maar ik word rood en gooi het dan weg. Dan raak ik heel geïrriteerd.” Wat de juf over hem zou zeggen, als ze Roberto moest omschrijven? Hij denkt even na. “Een hele goede leerling”, besluit hij, “doet goed zijn best, mag weleens boos zijn of geïrriteerd maar doet altijd goed mee. Ik vind alleen schrijven niet leuk. En muziek ook niet. Gelukkig hebben we vandaag rekenen en handvaardigheid!”

REACTIES €HIER KOMEN WE WEER AAN LEREN TOE.€

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

PLAATS EEN REACTIE




Plaatsen