HOME
EDITIES
RUBRIEKEN
ARTIKELEN



Huub van Blijswijk neemt afscheid van BOOR

“Mijn drijfveer is altijd geweest om verschil te maken voor kinderen”

08 maart 2022  |  tekst: Dorieke Hammink  |  fotografie: Jantine Muilwijk

In mei 2022 neemt Huub van Blijswijk, voorzitter van het college van bestuur, afscheid van BOOR. Samen met hem blikken we terug. Waar begon het allemaal voor hem, en welke momenten hebben zijn loopbaan gevormd? Hoe kijkt hij naar de toekomst van het onderwijs? Het gesprek vindt, zoals zoveel gesprekken in coronatijd, plaats via Teams. “Het is een vreemde periode om afscheid te nemen” vertelt Huub. “De kern van bezig zijn met onderwijs is om in gesprek te zijn met leraren en kinderen. Maar in alle hectiek en door alle maatregelen was er de afgelopen maanden nauwelijks ruimte voor een normale ontmoeting. Terwijl we in het onderwijs júist zijn van de relatie en de contacten tussen mensen.”

 

Arbeidsmigratie in de Haagse binnenstad

In zijn carrière heeft Huub vaker met buitengewone situaties te maken gehad. Hij startte in 1976 als 21-jarige leerkracht op een basisschool in de Haagse Binnenstad. In groep 5, toen nog de derde klas. “Tegen de kerst zaten er 40 kinderen in mijn klas. De instroom van arbeidsmigranten in ons land was in die tijd enorm. Dat had gevolgen voor de samenstelling van de stad. Iedere week verwelkomde je nieuwe kinderen in de klas. Dat was mijn start, en die was heftig. We hadden in die tijd nog geen idee hoe we met het onderwijs aan deze leerlingen om moesten gaan. De moeite die je moest doen om met hen te communiceren, daar was nog helemaal niet over nagedacht. En een begrip als NT2 moest nog worden uitgevonden.”
Het duurde niet lang of Huub stond op de barricades voor meer middelen voor onderwijs aan anderstaligen. Met een lach: “Samen met de openbare scholen hadden we een actiegroep opgericht, die heeft geleid tot mijn eerste “mediatraining”. We hebben de centrale hal van OCW en van het Haagse stadhuis bezet. Mét onze leerlingen. ’s Ochtends stonden we om 7.00 uur bij school de meubeltjes van de kinderen in busjes te laden. Een goed uur later kwamen die er bij het stadhuis en bij het ministerie soepel weer uit en voor men het goed en wel doorhad zaten we op de locaties les te geven. Ja, dat trok natuurlijk veel aandacht, en daarmee zat het gesprek op de wagen.”

 

 

“Ik gun iedere leerling een pedagoog die de kinderen
in de ogen kijkt”

 

 

Herkenning

Dat Huub zich zo verbonden voelde met deze leerlingen had alles te maken met zijn eigen schoolcarrière. “Ik was wat je noemt een lastpak op school. Aan het eind van de lagere school wisten de leraren én mijn ouders niet wat ze met me aan moesten. Op de middelbare school ging het van kwaad tot erger. Ik behaalde mijn mavodiploma terwijl mijn schoolboeken nog in het cellofaan zaten. En daarna heb ik ontzettend moeten zoeken naar een school die me nog aannam, overal werd ik afgewezen. Uiteindelijk kwam ik terecht op de havotop van de pedagogische academie. Daar ontmoette ik voor het eerst iemand die met mij in gesprek ging. Die me de vraag stelde: wat heb jij nou eigenlijk nodig?”
Dus op die basisschool in de Haagse binnenstad, daar kwam Huub kinderen tegen in wie hij zich herkende. “Hun gedrag leek op mijn eigen gedrag van vroeger. Ik wilde met hen in gesprek, hun moeilijkheden doorgronden. Ik gun ieder kind een pedagoog die de leerlingen in de ogen kijkt. Die bereid is om te onderzoeken wat het kind nodig heeft. Juist omdat ik dat zelf op school heb moeten missen.”

 

Van leerkracht tot bestuurder

Het duurde niet lang of de jonge leerkracht viel op binnen het schoolbestuur. Hij werd directeur van de school waar hij werkte en vervulde daarnaast binnen het bestuur de functie van coördinator minderhedenbeleid. “Vanaf mijn 27e ben ik naar de centrale organisatie gekomen, als hoofd kleuter- en lager onderwijs. Daarmee kwam ik op een schoolbestuurlijke positie terecht binnen de stichting die later Lucas Onderwijs zou worden.” Van 1991 tot 2000 maakte de organisatie een flinke groei door en verviervoudigde in omvang. “Veel mensen dachten dat ik mijn hele carrière bij Lucas zou blijven. En dat snap ik ook, het was een mooie club geworden. Maar ik realiseerde me dat je er altijd voor moet zorgen dat je de inspiratie uit de kern van je werk haalt, ook als je veel dingen er omheen doet, zoals ik altijd heb gedaan. Toen ik merkte dat die balans bij mij uit evenwicht begon te raken heb ik mij afgevraagd of ik dat wat ik geleerd had bij Lucas kon inzetten bij een andere organisatie, en ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe uitdaging.” Lacht: “En ja, die uitdaging heb ik bij BOOR wel gevonden!”

 

“Onderwijs wordt alleen goed als de medewerkers op de scholen de dingen doen waar zij zelf in geloven”

 

Beginnen met niks

In 2013 begon Huub aan zijn opdracht bij BOOR. In een organisatie die er op dat moment financieel ‘rampzalig slecht’ voor stond, en waar maar krap 30% van de problemen bekend waren bij zijn aantreden. Het voelde als pionieren. “Ik lig eigenlijk nooit ergens wakker van, die mazzel heb ik. Maar ik heb in die tijd wel echt zorgen gehad over de leerlingen en onze leraren. Veel mensen waren beschadigd door alle negatieve publiciteit rond BOOR. Onze core business, de kern van ons bestaan, is goed onderwijs. Als je reden hebt om daar aan te twijfelen, en dat hadden we, dan heb je alle reden tot zorg. We hebben dus ook meteen ingestoken op het verbeteren van het onderwijs. Dat is met een enorme vaart gebeurd, je hebt in zo’n situatie echt geen dag te verliezen.”
Het lukte de organisatie om de weg omhoog in te zetten. Mensen gingen erin geloven dat verbetering mogelijk was. “In die eerste fase gebeurde het allemaal top-down. Dat kon niet anders, want we hadden geen tijd te verliezen. Maar dat is natuurlijk contra-onderwijs. Onderwijs wordt alleen goed als de medewerkers op de scholen dingen doen waar zij zelf in geloven. En beslissingen binnen een grote organisatie kunnen pas succesvol zijn als de mensen die aan de basis staan om het werk te doen ze ook daadwerkelijk willen en kunnen uitvoeren. Dat zag je ook bij corona; mensen gaan met hun hakken in het zand als ze de regels niet snappen of die voor hen niet uitvoerbaar zijn.” Toen de eerste druk eraf was ontstond er weer ruimte voor het gesprek en de onderlinge uitwisseling. De kwaliteit van goed onderwijs ontstaat in de dialoog, betoogt Huub. “Een dialoog waarin leraren, beleidsmakers en bestuurders in gesprek gaan én blijven met elkaar om wat kinderen nodig hebben te kennen. De mensen in de scholen en voor de klas maken daar het goede onderwijs voor.”

 

“De kern van de bestuurlijke opdracht is om de relatie te faciliteren tussen leraar en leerling”

 

Van bijzonder naar openbaar

Hoe heeft Huub destijds de overstap van het bijzonder naar het openbaar onderwijs ervaren? “Het verschil is minder groot dan vaak wordt gedacht. Dat heeft te maken met de kern van het werk. Dat wordt gedaan door bevlogen mensen die houden van hun vak. De nieuwe koers van BOOR, met het motto Sta Open, die is mij echt uit het hart gegrepen. Voor mij betekent dit: je laat geen kind in de kou staan. Zo ben ik ook in het Haagse onderwijs begonnen. Daar klopten soms gezinnen bij ons aan met kinderen die al door verschillende scholen waren weggestuurd. Ik heb altijd tegen collega’s gezegd: je stuurt een kind nooit weg. Desnoods zet je het met zijn ouders in een auto en breng je het naar een plek waar het wel welkom is. Maar je stuurt een kind nooit weg. En zo sta ik er vandaag nog steeds in. We moeten kinderen op jonge leeftijd het vertrouwen geven dat er volwassenen zijn op wie je kunt bouwen. Het is altijd mijn drijfveer geweest om verschil te maken voor kinderen, om achter hen te staan en zo nodig ervóór.”
Als Huub gevraagd wordt wat hij beschouwt als de essentie van zijn opdracht, neemt hij even de tijd om te antwoorden. “De kern van de bestuurlijke opdracht is in mijn optiek om de relatie te faciliteren tussen de leraar en de leerling. Want in dat contact, daar gebeurt de essentie van het onderwijs. En het is mijn opdracht om alles er omheen zo goed mogelijk te organiseren, zodat de volle aandacht van de leraar kan gaan naar het ontwikkelingsproces van de leerling. Qua didactiek, maar zeker ook qua pedagogiek.”

 

Kleine wensen

Komende mei breekt er een nieuwe fase aan. Heeft Huub al een idee hoe die tijd eruit gaat zien? “Het lijkt me interessant om de kennis die ik heb opgebouwd beschikbaar te stellen voor mensen en organisaties die daar behoefte aan hebben. Bijvoorbeeld het analyseren van organisaties die in zwaar weer verkeren; bekijken of je kunt ontdekken waar de kern van het probleem zit. Omdat ik breed inzicht heb kunnen verwerven door al het mooie werk dat ik heb mogen doen, verwacht ik daarin van betekenis te kunnen zijn. Ik voel me echt bevoorrecht dat ik van al die mensen die ik tijdens mijn werk heb ontmoet zo enorm veel heb mogen en kunnen leren ”

Verder hoopt Huub meer tijd door te brengen met familie en vrienden. “Mijn wensen zijn meer klein dan groot. Ik wil meer tijd doorbrengen met mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn sociale leven heeft soms geleden onder mijn werk, daar wil ik nu meer aandacht voor hebben. En ik ga me laten verrassen door wat er op mijn pad komt. Ik heb nooit een uitgestippeld carrièrepad gevolgd. Ik ben altijd ingestapt op de dingen die voorbij kwamen en daarin is mij aan interessant werk en leermeesters zo ontzettend veel gegund. Ik voel me een goudvink dat het allemaal op mijn pad is gekomen. En ik hoop van alles wat ik geleerd heb nog het een en ander te mogen doorgeven de komende jaren.”

REACTIES HUUB VAN BLIJSWIJK NEEMT AFSCHEID VAN BOOR

Anneke van der Does
18 maart 2022
Beste Huub van Bleiswijk,

Bedankt voor alle jaren bij Boor.
Ga heerlijk genieten en ontdekken wat er voor je op je pad ligt.

Groet, Anneke
Paemla Tjon Appian
21 maart 2022
Beste Huub,

Dank dat je BOOR hebt weten 'recht te trekken'.
Heel veel respect daarvoor.

Top, dat je ook oog had voor individuele scholen, zoals voor die van mij (Schalm). Dankzij jou keren we terug op de mooiste locatie van Rotterdam.

Het was een voorrecht om met je te werken.

Ga je goed,

Crew OBS De Schalm
Mevr. Teuben
20 juni 2022
Beste meneer van Blijswijk.

Wat fijn dat u zo’n mooi afscheid is gegund.
Ik had ook 46 dienstjaren (waarvan de laatste ruim 20 jaar bij het openbaar onderwijs Rotterdam), maar voor mij zat een een mooi afscheid er niet in.
Ik kreeg 6 maanden voor mijn pensioen een VSO geleverd (ik had nadrukkelijk aangegeven dat ik geen interesse had) met de dringende mededeling dit document snel te tekenen. Heb ik natuurlijk niet gedaan.
Mijn troost is dat sinds vorig jaar ruim 1/3 van het leerkrachten bestand het op deze school voor gezien hield en het leerlingenaantal in grote getale is terug gelopen. Dat zegt wel iets. Ik begrijp dat het een groot verschil is; een manager of een leerkracht die “gewoon” 46 jaar voor de klas heeft gestaan.
Geniet van uw pensioen, dat doe ik ook!

PLAATS EEN REACTIE




Plaatsen