Home
BOOR i-Magazine
Scholen
Intranet
HOME
EDITIES
RUBRIEKEN
ARTIKELEN



Aanscherping strategische koers van BOOR

Goed onderwijs bevordert kansengelijkheid en gaat segregatie tegen

26 februari 2019  |  tekst: Irene Hemels  |  fotografie: Jantine Muilwijk

De komende tijd richt de gehele BOOR-organisatie zich op drie prioriteiten: kwaliteit, identiteit en samenwerken. De bestaande strategische koers is nog dezelfde als die vier jaar geleden werd ingezet, maar is sinds 1 januari welbewust aangescherpt. BOOR iMagazine vroeg het voltallige college van bestuur om uitleg. ‘De keuze voor een openbare school is een keuze voor goed onderwijs. Dat is het enige dat helpt tegen kansenongelijkheid en segregatie.’

 

Eind vorig jaar scherpte het bestuur het strategisch beleid aan om beter aan te sluiten bij de actualiteit. Voorzitter college van bestuur (cvb) Huub van Blijswijk: ‘Vijf jaar geleden hebben we onszelf heel veel doelen gesteld. Dat was ook logisch want er moest veel gebeuren. Het gaat inmiddels goed met de BOOR-scholen, de basis is op orde. Nu we in een nieuwe fase zitten is het tijd om een aantal zaken meer te verdiepen.’

 

Roerige tijd

‘Bovendien is de wereld om ons heen veranderd en de maatschappelijke discussie anders geworden. Er is meer aandacht voor het bevorderen van kansengelijkheid‘, vult Anne de Visch Eybergen, lid cvb met in haar portefeuille voortgezet onderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs en passend onderwijs, aan. ‘De inhoudelijke koers wordt nog steeds omarmd, maar de veranderende wereld om ons heen vereist dat we van een passief, neutrale houding meer actief aangeven wie wij zijn als scholenstichting en waar onze scholen voor staan. Actief de dialoog aangaan met elkaar en ons met elkaar verbinden willen we stimuleren. Daarbij brengen we focus aan in onze prioriteiten.’

Want waar de drie prioriteiten kwaliteit, identiteit en samenwerken als losse elementen vanzelfsprekend zijn, is het de optelsom die juist zal leiden tot versterking overal, zegt Renata Voss, lid cvb met in haar portefeuille basisonderwijs, HR en onderwijskwaliteit. ‘Je hebt deze drie elementen nodig om zo goed mogelijk onderwijs te realiseren. De brede koers is al lang ingezet, we gaan nu intensiveren op deze thema’s.’

 

Permanente kwaliteitsontwikkeling

De kwaliteit van het onderwijs is topprioriteit voor het cvb. Van Blijswijk: ‘Wat voor school wil je zijn voor kinderen? Als een school daarmee aan de slag gaat ben je bezig met wat kinderen nodig hebben.’ Voss: ‘We streven naar voortdurende ontwikkeling van de kwaliteit. In de praktijk doen scholen dat al. In het kader van het schoolplan bijvoorbeeld, door te kijken naar wat hadden we ons voorgenomen om te doen en is dat ook gebeurd? Expliciet nadenken over de kwaliteit die je wilt leveren, helpt je als school verder.’

De schoolambities voor kwaliteitsverbetering moeten gedragen worden door het gehele team, zegt De Visch Eybergen. ‘Dat vergt permanent in gesprek zijn met elkaar. Veel scholen doen het al goed. Die zijn continu in gesprek met ouders en daar hebben leerlingen meer positie gekregen.’ Voss vult aan: ‘We gaan bij BOOR meer en meer naar een lerend- en ontwikkelingsgericht systeem voor schoolteams. Waar het vroeger goed moest zijn en goed moest gaan, mag je nu ook gewoon leren volgens dezelfde principes die gelden voor leerlingen in de klas.’ Dat betekent leren van en met elkaar. Dat geldt ook voor scholen onderling, zegt Van Blijswijk: ‘Door de collectieve ambitie te benoemen, in de etalage te zetten en met elkaar te delen, straal je met elkaar uit dat je het belangrijk vindt. En dat het navolging verdient op plekken waar het nog niet is.’

 

Identiteit: werken aan verbondenheid

Veelvuldig met elkaar de dialoog aangaan, geldt ook voor de tweede prioriteit: identiteit. Continu werken aan verbondenheid binnen een veranderende wereld, heet het in beleidstermen. Ofwel hoe ga je om met diversiteit? Voss: ‘In het basisonderwijs zijn schoolleiders met elkaar in gesprek over wat we delen met elkaar en wat het openbaar onderwijs kenmerkt. In dat kader noemen schoolleiders inclusiviteit als een waarde, als iets dat hen verbindt en waar medewerkers die bij onze scholen werken door geïnspireerd worden.’ De Visch Eybergen: ‘Teams moeten met elkaar in gesprek over pedagogisch handelen, want we realiseren ons dat het in essentie gaat om het goede gesprek in de klas. Dat kan heel lastig zijn en sommige leraren zien er tegenop, want wat doe je als een leerling de ander beperkt in diens vrijheid van meningsuiting? Je moet je als docent gesteund weten door direct leidinggevenden, collega’s en bestuur. Dat dragen we met deze aangescherpte koers uit.’

 

Samenwerken op Zuid

De derde prioriteit is dat BOOR-scholen samenwerken met andere scholen en andere organisaties en voorzieningen rond de leerling om kansengelijkheid te bevorderen. Dat gaat over soepele doorstroom tussen scholen en sectoren, maar ook over goede afstemming tussen onderwijs en ondersteuning. Vooral op Zuid zijn de verbindingen met de zorgstructuur niet altijd goed, zegt Voss. ‘Onze basisscholen zijn echte wijkvoorzieningen. De samenwerking met de omgeving is één van de belangrijkste factoren die werkdrukverhogend werken in het onderwijs. Juist op Zuid zijn scholen gewend geraakt om problemen zelf op te lossen. Daarmee wordt hun taak zwaarder.’

Op sommige plekken lijkt het langs elkaar heen werken, moeilijk te doorbreken en zijn er teveel frustraties opgedaan door leraren. Als je hulp vraagt en die krijg je over zes maanden dan heb je er niets meer aan, aldus Van Blijswijk. Hij heeft goede hoop op een lokaal experiment waarbij alle geldstromen die beschikbaar zijn voor onderwijs en zorg aan kinderen samen worden gevoegd. ‘Dan heb je geen samenwerking maar één sturing voor de jeugd van 0-22, zoals het moet zijn. Daar profiteert iedereen van.’

 

Verschil met Rotterdams Onderwijsbeleid

In januari werd het nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid (ROB) gepresenteerd. Ook in het ROB staan onderwijskwaliteit en kansengelijkheid voorop. Inhoudelijk sluit dit beleid dus mooi aan bij de ingezette koers van BOOR. Er is één verschil, zegt Voss. ‘De gemeente wil kansenongelijkheid en segregatie tegengaan door menging van wijken en daarmee ook menging van scholen. Wij zien dat niet zomaar gebeuren, want dat gaat voorbij aan het feit dat ouders zelf hun keuzes maken. Zelfs als wijken gemengder zijn, wil dat niet zeggen dat ouders ook kiezen voor een gemengde school. Er zijn veel voorbeelden dat het zo niet werkt. Onze aanpak is een andere. Wij willen segregatie tegengaan door ervoor te zorgen dat welke keuze je ook maakt voor welke school dan ook, je altijd kiest voor goed onderwijs. Ook ouders die misschien geen bewuste keuze voor een school maken moeten altijd terechtkomen op een goede school. Dat is onze opgave. Dáár gaan we voor.’

Wekelijks tien uur extra per week op Zuid

In het nieuwe uitvoeringsplan NPRZ is opgenomen dat leerlingen van de basisscholen in de children’s zone een programma krijgen met tien uur extra per week. Op dit moment geven de meeste basisscholen op Zuid al zes uur extra les.  Cvb lid Renata Voss over deze opdracht van de gemeente: ‘Vier uur dagprogrammering erbij is een hele puzzel om vorm te geven. Scholen zijn daar niet blij mee en dat snap ik ook. De werkdruk is al hoog. We zijn op zoek naar hoe we dat zo kunnen doen dat het geen extra werkdruk en werklast oplevert. Dat laatste hebben we bedongen als randvoorwaarde. Maatwerk was veel beter geweest.’

REACTIES AANSCHERPING STRATEGISCHE KOERS VAN BOOR

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

PLAATS EEN REACTIE




Plaatsen